Lone Survivor: The Director’s Cut

Op 27 maart 2012 verscheen de indiegame Lone Survivor voor de pc. Ondertussen is het alweer anderhalf jaar later en heeft het spel ook zijn opwachting gemaakt op de PlayStation 3 en de PS Vita in een speciale versie, genaamd The Director’s Cut. Is de game het waard om te spelen op één van Sony’s platformen of kun je hem beter links laten liggen? Je leest het hieronder!

Alleen op aarde

De naam van de game, Lone Survivor, geeft al de nodige informatie weg over het verhaal. Er heeft zich een gigantische ramp voorgedaan op aarde en voor zover jij weet, ben je de enige overlevende in de wijde omgeving. Misschien zelfs wel de enige op de hele aarde. In deze post-apocalyptische wereld moet je zien te overleven en dat is niet gemakkelijk. Daarnaast is dit ook nog eens behoorlijk spannend, soms zelfs eng, want Lone Survivor is niet voor niets een echte horror-game.

Je wordt in Lone Survivor direct in het diepe gegooid, zonder dat je weet wat je nu echt te wachten staat. In de 2D-wereld van deze sidescroller dien je op je zoek te gaan naar antwoorden. Zoals het een survival-horror-game betaamt is informatie niet het enige dat je zoekt, want wapens, eten en batterijen zijn minstens zo belangrijk om ervoor te zorgen dat je in leven blijft. Met name het belang van deze batterijen moet niet vergeten worden, een groot gedeelte van de wereld is namelijk in het duister gehuld en zal je slechts met het spaarzame licht van een zaklamp je weg kunnen vinden. Voor je het weet loop je namelijk een gruwelijk monster tegen het lijf en hoewel je deze wezens meestal met wat pistoolschoten wel om het leven kunt brengen, is munitie schaars en ontwijk je deze monsters liever.

Pixels tellen

In eerste instantie misschien word je afgeschrikt door de graphics, Lone Survivor oogt namelijk als een game van een paar generaties terug. Dit moet je er niet van weerhouden de game uit te proberen. Het retro-stijltje met de zichtbare pixels is onderdeel van de charme van het spel en weet samen met het ongelofelijk goede geluiddesign te zorgen dat een sfeer ontstaat waarin je je constant ongemakkelijk voelt. Een sfeer waarin je bang bent voor wat er komen gaat.

Lone Survivor is echter bij lange na niet perfect. Zo is de game, door Byrne’s aversie tegen het vasthouden van de hand van de gamer, af en toe toch onnodig gecompliceerd en onoverzichtelijk. Je moet jezelf maar zien te redden, met slechts af en toe een aanwijzing, mits je oplet, en dat gaat soms met horten en stoten. Met name het navigeren in de game is onnodig ongemakkelijk gemaakt en zorgt bij tijd en wijlen voor de nodige frustratie als je weer eens door een verkeurde deur bent gegaan.

The Director’s Cut

Lone Survivor is niet één op één overgezet van de pc naar PlayStation 3 en Vita. Waar het origineel nog beschikte over drie verschillende eindes, zijn er nu twee extra bijgekomen, waardoor je weer meer inzicht krijgt in het interessante verhaal. Het verhoogt de herspeelwaarde van het horrorspel daardoor nog wat meer, al is dat geen overbodige luxe. Over een enkele playthrough doe je namelijk maar zo’n drie á vijf uur en dat is ook voor een indiegame van €12,99 toch wat mager.

Conclusie

Indie-ontwikkelaar Jasper Byrne weet met Lone Survivor een titel af te leveren met een intrigerend verhaal en een ontzettend beklemmend sfeertje. Daarnaast moet Byrne gecomplimenteerd worden met het feit dat The Director’s Cut geen regelrechte port is, maar ook nieuwe content brengt. Hierdoor wordt de replay-value van de, toch behoorlijk korte game, nog wat groter en dat is uiteraard een positief gegeven. Liefhebbers van horrorgames worden met Lone Survivor dan ook op hun wenken bediend.

Gamersnet Score

Wat is HOT

  • Zeer beklemmend
  • Soundtrack voert de spanning op

Wat is NOT

  • Navigatie nodeloos onoverzichtelijk
  • Aan de korte kant

8

  1.   
    .Nathalie.'s avatar

    Ik dacht er al een tijdje over na om Lone Survivor aan te schaffen, maar vond het altijd toch iets te duur voor een korte indiegame. Maar als ik dit review zo lees, is het dus toch het wel waard om te spelen. Ik vind het retrostijltje wel wat hebben trouwens. 🙂